Om 05:30 voor 010.

Tijd is een uitermate belangrijke dimensie voor een prestatiegerichte hardloper zoals ik. Tijd ontbreekt vaak, de tijd vliegt voorbij. Dan weer ren ik te langzaam en kost een kilometer te veel tijd. Ik probeer altijd op tijd te zijn maar blijf waarschijnlijk niet lang, want het is alweer tijd voor de volgende training. Trainingstijden, rusttijden, wedstrijdtijden, tussentijden, werktijden (tussendoor), tijden van grote vorm en al tijden uit vorm. En dan heb je als serieuze hardloper ook nog te maken met wintertijd en zomertijd. Het duurde lange tijd voor ik weer tijd vond voor een stukje tekst. Het werd tijd!

Afgelopen tijd heb ik 68 trainingen afgewerkt in 85 uur, 52 minuten en 23 seconden.

Vanaf 23 januari 2012 trainde ik 1.026,6 km in gemiddeld 4 minuten en 58 seconden per kilometer, iets sneller dus dan 12 kilometer per uur.

De snelste kilometers liep ik tijdens een 10 km testwedstrijd op 26 februari. Met een gemiddelde kilometertijd van 4:07 (14,56 km/uur) verloor ik 14 seconden per kilometer op mijn beoogde tijd.

Het langzaamst rende ik tijdens een lange duurloop op 11 maart. Gemiddeld werd ik elke kilometer 5 minuten en 27 seconden ouder en na 2 uur, 28 minuten en 48 seconden was dit drama eindelijk voorbij.

Het langst liep ik op 25 maart. Ik startte met lopen om 10:30 en na 3 uur en 6 seconden had ik 33,6 kilometer asfalt betast.

In maart trainde ik precies 429 kilometer in 35 uur, 47 minuten en 59 seconden (5 minuten per kilometer, 12 km/uur).

Gemiddeld rende ik 15,10 kilometer per training en ik had daar gemiddeld 1:15:46 voor nodig.

Omdat mijn huidige werktijden een normale middag- of avondtraining in de weg staan train ik sinds 23 januari, op 4 werkdagen, van maandag tot en met donderdag, wat vroeger op de dag. Om 05:00 gaat de wekker en om 05:30 is het tijd voor de eerste kilometer van weer een nieuwe dag.

Sinds maandag 23 januari, 05:30, voor 010 op 15 april 2012. Starttijd 10:30.

Geplaatst in Hardlopen | 5 reacties

Tempo en snelheid.

Op het programma staan een paar stevige tempoblokken van 15 minuten. Ter hoogte van Hekendorp komen 2 wielrenners langszij. Een man en een vrouw van middelbare leeftijd, beiden in een rood met wit tenue, onleesbare tekst erop. “10 kilometer in 41 minuten”, roept de man achterom, en steekt ondertussen voorspellend zijn wijsvinger in de lucht. “Let op mijn woorden”, lijkt hij hiermee zijn uitspraak te willen ondersteunen. Ik kijk op het computertje met GPS om mijn linker pols en bereken snel dat ik nog moet doorrennen als ik op dit tempo 10 kilometer in 42 en een halve minuut zou willen afronden.

Ruim een kilometer verder, nog in hetzelfde tempoblok, word ik weer door twee fietsers gepasseerd. “Je doet toch nog 16,5 kilometer per uur”, zegt de zilvergrijze bejaarde man tegen mij en fietst dan snel zijn even grijze vrouw achterna. Volgens mijn Garmin Forerunner 310XT zou ik slechts 15 kilometer in een uur afleggen wanneer ik het huidige tempo een uur zou kunnen volhouden. Ik concludeer dat de fietscomputertjes van tegenwoordig wat overdrijven!

Op die lange, lange Twaalfmorgen, het 2e tempoblok, en gelukkig met elke stap weer dichter bij huis, zie ik een andere hardloper voor mij. Gezien het aantal met roodgekleurd suikerwater gevulde bidons om zijn middel, 5 stuks en nog één in de hand, bezig met een hele, hele lange duurloop. Hij lijkt stil te staan wanneer ik hem voorbij vlieg. “Dat is een pittig tempo”, roept hij mij na. Die over een minuut of 5 gelukkig voorbij is, denk ik hardop.

Geplaatst in Hardlopen | 4 reacties

Ultieme Ultraloop.

Zo nu en dan verschijnen er lijstjes met de ‘beste’ boeken over hardlopen of de ‘mooiste’ films over deze prachtige sport. Fictie en non-fictie. Welke titel het beste of de mooiste is, daarin kunnen smaken natuurlijk verschillen, maar op de lijstjes die ik gezien heb zag ik nooit de volgende boektitel:

‘The Long Walk’ van Richard Bachman uit 1979.

Richard Bachman is een pseudoniem van Stephen King, het verhaal is fictie, en het is in het Nederlands vertaald onder de titel ‘De Marathon’.

Die Nederlandse titel is niet helemaal goed gekozen, want het verhaal gaat over een dodelijk lange ultraloop met strenge snelheidsregels en definitieve straffen wanneer de regels gebroken worden.
Ik ben zelf geen ultraloper en ging nimmer verder dan ‘de marathon’, 42 kilometer en 195 meter, maar ik heb grote bewondering en veel respect voor ultralopers. Voor hen die in een stevig tempo uren aaneen rennen, honderden kilometers, soms zelfs duizenden in etappewedstrijden waarbij tientallen dagen lang afstanden van soms meer dan 70 kilometer per dag worden afgelegd. Wat een enorme wilskracht is daar voor nodig. Een ultieme drang om niet op te geven en opstandig en eigenwijs alle alarmsignalen van je lichaam te negeren.

Voor iedereen met bewondering voor de ultraloper is het boek van Jan Knippenberg, ‘De mens als duurloper’ absoluut een aanrader en een must. Jan Knippenberg heeft samen met zijn vriend en loopmaatje, Ron Teunisse, het ultralopen in Nederland een gezicht gegeven lang voordat hardlopen “hip” werd. Bezoek daarom ook eens de website van Ron Teunisse op www.ronteunisse.nl.

Waarom het boek van Stephen King nooit in de lijst voorkomt is mij een raadsel. Is het boek, het verhaal, vergeten? Is het niet goed genoeg? Hij schreef het boek al in 1966/1967 als eerstejaars student. Zelf vind hij het een goed boek maar met gebreken, psychologisch enigszins oppervlakkig.
‘Lopen is geen sport maar een manier van reizen, waarbij geest en lichaam zich voortdurend verplaatsen. Lopen is daarom kunst en geen middel ter bestrijding van welvaartskwaaltjes’, schreef Jan Knippenberg.
‘Als ik loop voel ik me beroerd, maar als ik niet loop nog beroerder’, zei Ron Teunisse ooit.

Beide uitspraken sluiten naadloos aan op de fictie in het boek van King, vind ik. Lees het verhaal wanneer je in training bent voor een marathon of ultraloop en je opziet tegen weer een lange duurloop. Lees:

‘The Long Walk’ (‘De Marathon’) van Stephen King.

Geplaatst in Hardlopen | 4 reacties

Wartaal.

Rare jongens hoor, die hardlopers. Regelmatig slaan ze onduidelijke wartaal uit. Zinnen, woorden en kreten die je een hardloper zomaar zou kunnen horen zeggen. Raar, verwarrend of zelfs onbegrijpelijk voor elk mens dat niet geïnfecteerd is met het hardloopvirus.

“Hoewel ik graag in het gezelschap van mijn vriendin verkeer, ben ik toch ook heel erg graag bij mijn holmaatje.”
Nee, hardlopers zijn niet per se biseksueel. Al zullen er best een paar rondrennen.

“Ik ben bezig met een fart-lek.”
Deze (Engelstalige) hardloper rent niet scheten latend in het rond!

“Wil je meedoen met het piramide spel?”
Deze hardloper is in zijn vrije tijd geen oplichter die een vaag financieel product wil slijten. Toch schijnen deze spelletjes goed te zijn voor je vermogen.

“Ik ben verslaafd aan lsd!”
Natuurlijk! Ook in de hardloopbranche wordt doping gebruikt. Toch is deze loper niet verslaafd aan een geestverruimend middel.

“Goh, wat zie jij er slecht uit!”
Menig hardloper zal je bedanken voor dit compliment. Hoe triester de vorm van het gezicht, hoe beter meestal de wedstrijdvorm.

Hardlopers die koolhydraten stapelen spelen niet met een soort blokkendoos en als je het haasje bent dan moet je als loper niet in rap tempo maken dat je wegkomt, maar wel tempo maken.

Wanneer de hardloper het heeft over 10 duizendjes dan heeft hij het niet over 10.000 euro. Shin Splints klinkt exotisch en vrolijk, maar voor een loper is het een ware nachtmerrie. Verzuren heeft niets met zure regen te maken, al zou het in menig startvak van een willekeurig hardloopevenement minder zuur ruiken wanneer sommige hardlopers eerder en vaker hun kleding of lichaam zouden wassen.

En wat is er nu precies gemeen aan vals plat?

Geplaatst in Hardlopen | 1 reactie

Smokkelen.

Al enigszins achterdochtig ga ik de deur uit voor een rondje Stolwijk, 12.8 km. Bij de brug sla ik toch maar linksaf richting Hekendorp voor een 8.9 km training. Onderweg besluit ik rechtsaf te gaan en via het altijd pittoreske Haastrecht terug naar huis te rennen en de teller te stoppen bij 4.5 km.

Geplaatst in Hardlopen | 5 reacties

Insecten.

Komkommertijd. Iedereen is op vakantie of op z’n minst met zijn of haar gedachte in warme verre oorden. Kranten, internet en alle overige media vullen pagina’s met nog meer onzin dan normaal al het geval is. Komkommers genoeg na het EHEC-mysterie.

Toch las ik afgelopen week een uitermate interessant artikel over een meer dan buitengewoon onderzoek, uitgevoerd onder leiding van de Universiteit van Wageningen. Om de Nederlandse insectendichtheid te meten werd het aantal insectenlijkjes op de nummerplaten van onze auto’s geteld en geregistreerd. En wat blijkt: we pletten met onze auto’s per jaar zestienhonderdmiljard insecten. Hoeveel? 1.600.000.000.000 of 1.6 biljoen insecten. Vervolgens is dat omgerekend naar een gemiddelde per 10 kilometer. Het aantal gedode insecten per 10 kilometer op onze mooie gele nummerplaten. Dat blijken er gemiddeld 2 te zijn.

Twee, 2 maar…..per 10 kilometer?!

Wij, beste hardloopvrienden, weten dat dat onmogelijk waar kan zijn.

Iedereen die wel eens hard loopt of rent op een mooie zomerse namiddag, dus nu niet, nu is het herfst, weet uit ervaring dat het gemiddeld aantal insecten hoger moet zijn. Zelfs op een klein rondje van een kilometer of 5, tijdens zo’n heerlijk zwoele zomernamiddag, verslik je je toch al gauw een keer of 5 in zo’n proteïne bommetje. Weer thuis gekomen moet je aan de slag om het oogwit weer zichtbaar te maken, nadat je eerst je witte loopshirt vol krioelende beesies buiten hebt uitgeschud.

Ik zou de onderzoekers willen adviseren bij het volgende bug-onderzoek echte ervaringsdeskundigen in te schakelen. Hardlopers!

Geplaatst in Hardlopen | 3 reacties

Heen en weer terug.

Zaterdag was weer een wedstrijddag. En weer stond er een 10 op het programma, net als de twee zaterdagen daarvoor in IJsselstein en Zevenhuizen.

Piet Paparazzi meldt zich een klein uurtje voor vertrek af. Zijn vrouw, mijn moeder dus, moet onverwacht en met spoed naar het ziekenhuis. Al enige tijd tobt ze met terugkerende hartklachten en vanochtend hebben deze klachten een zorgwekkende vorm aangenomen.

Iets voor elven vertrek ik met Arjan naar “the place to be”, Numansdorp. Ik kan er ook niets aan doen. Daar werd nou eenmaal de wedstrijd georganiseerd, de Ambachtheerlijkheidsloop. Een 100% “heen en weer” parcours. Vijf kilometer heen, keren bij een felgekleurde pion, en vervolgens exact dezelfde route weer terug. Het volgens de organisatie unieke natuurgebied is volgens mij niets anders dan de toegangsweg tot een aantal boeren bedrijven. Een heerlijkheidsloop was het zaterdag ook niet bepaald. Het was nat. Het waaide stevig. Het was herfst! Een ambachtelijke loop was het daardoor weer wel! Het was bikkelen door de regen, met hier en daar gladde stukken door natte kleisporen van het landbouwverkeer. De wind een extra uitdaging.

Het mooie van een heen en weer parcours is dat je rondom het keerpunt een goed beeld krijgt van je positie in de roedel. Even een aanmoediging naar de bekenden in de kopgroep en ook een blik van herkenning naar de loopvrienden achter je. Zowel de gezichten in de kop als in de staart tonen zware inspanning en toenemende vermoeidheid. Wat komen gaat is bij iedereen bekend. Er is alleen een weg terug!

Ik loop een redelijke race. Bijna een minuut sneller dan de week ervoor in Zevenhuizen en ruim 20 seconden langzamer dan in IJsselstein. Arjan mist net een podiumplaats bij de HSEN. Pascal wint de wedstrijd met grote overmacht en ook andere Croda Runners doen goede zaken.

Na een nacht op de afdeling hartbewaking in het ziekenhuis, en een inspanningstest de volgende morgen, kan mijn moeder weer naar huis. Er zal nog wel onderzoek volgen de komende tijd, maar het probleem zit waarschijnlijk in een verkeerde dosering van medicijnen. Foutje van de huisarts!

Ik besluit zondagmorgen nog een klein duurloopje te doen. Om te herstellen van de wedstrijd van de vorige dag, maar eigenlijk om een beslissing te nemen over een moeilijke keuze die ik maandag waarschijnlijk moet maken. Na ruim 13 kilometer, een uur en 5 minuten later, staat mijn besluit vast!

Geplaatst in Hardlopen | 6 reacties